Kerkelijke feestdagen en begrippen

Op deze pagina treft u een aantal kerkelijke feestdagen en termen aan, met daar achter een korte uitleg of verwijzing.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

A

Advent De eerste vier weken van het kerkelijk jaar, voorafgaand aan het Kerstfeest, de komst (adventus) van de Heer. Tijd van inkeer en boete met paarse gewaden in de liturgie, waarin onder meer de Gregoriaanse hymne Rorate coeli desuper (Dauwt hemelen de Rechtvaardige) gezongen wordt.
Allerheiligen Gedachtenis(viering) van alle heiligen op 1 november, op het eind van het kerkelijk jaar.
Allerzielen Gedachtenis(viering) van alle overledenen op 2 november, op het eind van het kerkelijk jaar.
Aswoensdag De eerste dag van de vasten, zes en een halve week vóór Pasen, daags na vastenavond.

C

Carnaval Van Latijn: carnem levare, het wegnemen van het vlees (komt dus etymologisch niet van carne vale, het vlees vaarwel): de vier dagen die aan de veertigdaagse vasten voorafgaan, of alleen de dinsdag vóór Aswoensdag; dagen van feestelijkheden, optochten, verkleedpartijen, enz.
Communie, eerste
De Eerste Heilige Communie is in sommige stromingen van het Christendom de feestelijke gelegenheid dat iemand voor het eerst nadert tot de Eucharistie. De eerste communie maakt deel uit van de initiatiesacramenten (Doopsel, Eerst communie en Vormsel) en dient voorafgegaan te worden van de eerste biecht.

In de Katholieke Kerk nemen de kinderen doorgaans deel aan de eerste communie wanneer ze tot de jaren van verstand zijn gekomen (ongeveer 7 tot 8 jaar). Dit gebeurt na een voorbereidingstijd, waarbij de kinderen op school of op de parochie catechese krijgen, bijvoorbeeld over Kerk, sacramenten, over Jezus en de eucharistie. Men kan natuurlijk ook op latere leeftijd voor het eerst tot de eucharistie naderen.

Tot 1910 was het gebruikelijk geweest dat jongens en meisjes op hun twaalfde hun Eerste Heilige Communie deden. Paus Pius X vervroegde de leeftijd in het decreet Quam singulari. In Vlaanderen doen kinderen tegenwoordig hun eerste communie (afhankelijk van de regio) in het eerste of tweede leerjaar van de lagere school.

Kern en hoogtepunt van de eerste communie is de feestelijke H. Mis. Doorgaans worden de eerste communicanten nauw betrokken bij de liturgie, bijvoorbeeld in de intredeprocessie, in een preek in vraag en antwoord, in zang, of in het aandragen van de gaven.

Vooral in het zuiden van Nederland en in België wordt naar aanleiding van de eerste communie een familiefeest gevierd.

D

Doopsel Eerste en noodzakelijke sacrament dat door de afwassing met water en de aanroeping van de Heilige Drievuldigheid (Ik doop U - met de toevoeging van de voornaam - in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest) de erfzonde en de vóór het doopsel bedreven zonden vergeeft, en de dopeling(e) tot lid van de christelijke gemeenschap maakt. Het doopsel met water kan vervangen worden door het doopsel van bloed (van een niet gedoopte om het geloof vermoorde martelaar) of het doopsel van begeerte (van een niet gedoopte persoon die God erkent en goed leeft).
Driekoningen Op 6 januari wordt het feest gevierd van Epifanie (Grieks, 0penbaring), de openbaring van de Heer aan niet-Joden, in de personen van de drie Wijzen uit het oosten, van wie de latere traditie de drie koningen Caspar, Melchior en Balthasar heeft gemaakt.

E

Eucharistie

Grieks: dankzegging: sacrament waarin brood en wijn gewijd worden door de instellingswoorden die Jezus tijdens het Laatste Avondmaal uitgesproken heeft: Dit is mijn Lichaam, dit is de kelk van mijn Bloed; ten gevolge van Zijn opdracht herhaald: Doet dit tot mijn gedachtenis.

G

Goede vrijdag

De vrijdag vóór Pasen waarop de kruisdood van Christus wordt herdacht, in de liturgie onder meer door het voorlezen of zingen van het lijdensverhaal (vergelijk de Mattheauspassion, de Johannespassie, enz.), de kruisverering, de kruisweg, en het dragen van zwarte liturgische gewaden.

Goede week

De week vóór Pasen met Palmzondag, Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Paaszaterdag.

H

Hemelvaartsdag De donderdag 9 dagen vóór Pinksteren waarop de hemelvaart van Christus herdacht wordt.

K

Kerstmis Feest van de geboorte van Christus in een stal te Bethlehem; het woord betekent Christusmis.

L

Laatste avondmaal

Maaltijd van Jezus met de apostelen op de donderdag vóór Zijn lijden, herdacht op Witte Donderdag. Tijdens deze maaltijd stelde Jezus de sacramenten van de eucharistie en het priesterschap in.

M

Maria hemelvaart Of assumptie, feest op 15 augustus van de lichamelijke ten-hemel-gang van Maria: Maria-ten-hemelopneming genoemd. Maria Hemelvaart, de populaire benaming, is theologisch onterecht omdat die zou kunnen suggereren dat Maria dit, zoals Jezus, uit eigen kracht vermocht.
Mis Of misoffer: eucharistieviering bestaande uit (1) de woorddienst (vroeger voormis geheten) met gebeden en lezingen, onder meer uit het evangelie; (2) de tafeldienst met het tafelgebed (canon) waarin de consecratie gevolgd wordt door de communie; (3) de afsluitende gebeden en de slotzegen. In een gezongen mis onderscheidt men de vaste gezangen (Kyrië Eleison, Gloria, Credo, Sanctus met Benedictus en Agnus Dei) van de wisselende gezangen; beide kunnen in het Latijn (vaak het Gregoriaans) of het Nederlands gezongen worden. Het bijbehorend werkwoord voor de taak van de priester die voorgaat is: de mis opdragen of de mis lezen.

P

Paaszaterdag

De dag vóór Pasen, ook wel stille of heilige zaterdag genoemd, waarop vroeger in de morgen de liturgische plechtigheden van de vigilie van Pasen gevierd werden; deze zijn nu naar de avond van Paaszaterdag verplaatst en worden gevolgd door de eucharistieviering van Pasen zelf.

Palmpasen

  1. de zondag vóór Pasen waarop palmtakken worden gewijd (in Nederland takjes van de buxuspalm), ter herinnering aan de wijze waarop de joden Jezus bij zijn intocht in Jerusalem hebben begroet;

  2. versierde tak of stok in kruisvorm, met koek en snoep behangen, soms met een haantje van brood erbovenop, die op Palmzondag door kinderen in processie wordt rondgedragen: folklore ontstaan uit vermenging van kerkelijk gebruik en meiboomviering.

Palmtak

Palmzondag, ook wel Palmpasen genoemd, is de laatste zondag voor Pasen. In de
kerken worden op Palmzondag buxustakjes uitgedeeld, palmtakken in het klein. De Kerk
herdenkt op Palmzondag dat Jezus, gezeten op een jonge ezel, door een jubelende
menigte werd onthaald in Jeruzalem. De mensen bedekten de weg voor Hem, onder
meer met de palmtakken en zwaaiden er ook mee. Palmtakken hoorden in die tijd bij
overwinnaars. Jezus werd als een overwinnaar gezien, een koning van de gewone
mensen.

Al in de Oudheid waren palmen het symbool van koninklijke waardigheid. Aansluitend bij
het geloof van Grieken en Romeinen dat bepaalde takken de kracht bezitten om boze
geesten af te weren van huis en tuin, gaf het volk ten tijde van Jezus ook een magische
betekenis aan de palmtakken. Gewijde palmtakken werden op de velden geplaatst of er
verbrand in de overtuiging dat daarmee storm, hagel en bliksem afgeweerd werden. Nu
nog steken katholieken een gewijd palmtakje achter de kruisbeelden in hun woning of
achter het wijwaterbakje op de slaapkamer. Ook zijn er mensen die een takje bewaren
in hun auto.

Bij onweer werd vroeger (en wordt soms nog) een gewijd palmtakje in wijwater
gedompeld en biddend werden dan verschillende plaatsen in de woning besprenkeld.
Soms stak men een gewijd palmtakje op de wieg van een pasgeborene. Zo zijn er nog
vele andere voorbeelden van tradities rond de palmtak als symbool van leven, hoop en
overwinning.

Tijdens de processie op Palmzondag dragen de kinderen in de regel geen palmtakken,
maar zogenoemde ‘palmpaasjes’ of palmpasenstokken. De stokken hebben de vorm van
een kruisje en zijn versierd met groene takjes (meestal van een buxus) en met
snoepjes, eitjes en andere lekkernijen. Bovenop wordt een broodje in de vorm van een
vogel gestoken, doorgaans een haantje. Op Aswoensdag van het volgende kerkjaar
worden oude palmtakken meegenomen naar de kerk. Daar worden ze verbrand, om de
as te leveren voor het Askruisje dat de gelovigen als boeteteken gaan ontvangen.

Palmzondag

De zondag vóór Pasen waarop de intocht van Jezus in Jerusalem wordt herdacht, naar Mattheus 21, 1-3.

Pasen

Feest van de verrijzenis van Jezus Christus op de zondag na Goede Vrijdag. Pasen is een naar de datum veranderlijke feestdag die valt op de zondag onmiddellijk na de eerste volle maan op of na 21 maart, dus op z'n laatst op 25 april.

Pinksteren Grieks: Pentekostè, vijftigste (dag): het feest, vijftig dagen na Pasen, ter herinnering aan de nederdaling van de Heilige Geest over de apostelen.

V

Vasten Het zich geheel of gedeeltelijk onthouden van spijs of drank, soms als boetedoening, soms ter gedachtenis aan het lijden van Christus. Niet te verwarren met onthouding. De grote of 40-daagse vasten duurt van Aswoensdag tot Pasen.
Vormsel
Het vormsel (in het Latijn confirmatio, van het werkwoord firmare = bevestigen) is een sacrament waardoor een gedoopte de kracht van de Heilige Geest ontvangt om zijn geloof standvastig te kunnen belijden. Het vormsel is gebaseerd op de apostolische leer en de Bijbel (Hand. 8:14-17; Ef. 4:30).

Samen met het doopsel en de eucharistie vormt het sacrament van het vormsel het geheel van de drie initiatiesacramenten van de Katholieke Kerk.

Het vormsel vervolmaakt de doopgenade en geeft de Heilige Geest. Hierdoor kan de vormeling dieper wortelen in het goddelijk kindschap en wordt hij of zij vaster ingelijfd bij Christus. Het verstevigt de band met de Kerk en haar zending. Het helpt de vormeling door woord en daad getuigenis af te leggen van het christelijk geloof. Bovenal geeft het vormsel de genade om in tijden van vervolging en verdrukking het geloof trouw te blijven en als een dappere soldaat voor Christus' overgeleverde leer in blijven te staan, ook indien de dood zou volgen. In de Middeleeuwen werd het vormsel dan ook als een belangrijke stap gezien naar het bereiken van miles Christi-ideaal.

W

Witte donderdag

De donderdag in de Goede Week vóór Pasen waarop het Laatste Avondmaal en de instelling van de eucharistie herdacht worden. Op Witte Donderdag is de liturgische kleur niet het zwart van de rouw maar het wit van de vreugde; vandaar de naam.